ABR is een unieke therapie die de kracht, structuur en functie van het lichaam opbouwt.
+32 (0)11 87 45 47
info@abrtherapy.com

Andere berichten

Blog

De ABR denkwijze


Auteur: Roeland Vollaard, fysiotherapeut en initiatiefnemer van Klas Op Wielen in Alkmaar, Nederland.

Ik zal de denkwijze van ABR beschrijven aan de hand van bovenstaande opblaasbare reclamepoppen. Door een juiste combinatie van power aan de binnenkant (via de ventilator) en een niet te stijve plastic huls aan de buitenzijde zijn zowel beweging als houding mogelijk. Als de poppen schuiner komen te staan moet er van binnenuit harder gepompt worden. En de “ventilator” daarvoor is vooral een betere ademhaling bij het kind.
Om die betere ademhaling te bereiken zul je alle bindweefsels in en rond longblaasjes, buikorganen, spierweefsel, bloedvaten, zenuwen, onderhuids en diep in het lichaam moeten verstevigen. Alleen dan blijven de poppen overeind staan, zonder te verstijven.
ABR richt zich vooral op het bindweefsel dat alle onderdelen en onderdeeltjes van ons lijf bij elkaar houdt en verbindt. Het bindweefsel vormt daarmee het noodzakelijke fundament van het lichaam. Vanuit ABR wordt verondersteld dat spasticiteit en houdingsafwijking bij de groep kinderen met CP grotendeels te verklaren zijn vanuit het feit dat de verbindende en ondersteunende rol van dit bindweefsel sterk afgenomen is. Het kind probeert de ontbrekende stevigheid van het fundament te compenseren door (krampachtige) spierspanning. Omdat spieren daar niet voor bedoeld zijn treedt spasme op en vaak ook scheefgroei.
Dit inzicht vanuit ABR wordt door de huidige wetenschappelijke gegevens over de rol en het belang van bindweefsel ondersteund. In de reguliere revalidatie en fysiotherapie verschuift de aanpak ook voorzichtig naar de beïnvloeding van bindweefsel.
ABR wil door het toedienen van specifieke zachte druk op het lijf van het kind een reactie in dat lijf oproepen. ABR richt zich daarmee op het (weer) opbouwen van een goed fundament, waardoor het kind betere voorwaarden krijgt voor houding en beweging.
Omdat het om biomechanische reacties gaat is het (aangedane) hersen-zenuw-spiermechanisme niet van belang. Daardoor werkt het bij deze kinderen wel, het ontwijkt wat zij niet kunnen (aansturing door de hersenen) en richt zich op wat ze wel kunnen (biomechanica).